Essay | De Opmars van de Strijdlustige Rivierkreeft, of: Hoe Oorlogsretoriek Leidt tot de Vervreemding van Vluchtelingen

In ons huidige ‘Fake News’-tijdperk zwellen discussies over beeldvorming en integriteit in de nieuwsmedia steeds verder aan. Hoewel de komst van sociale media en de toenemende digitalisering in het afgelopen decennium hebben geleid tot verdere democratisering van de nieuwsvoorziening, zijn er ook toenemende zorgen over de betrouwbaarheid van hedendaagse nieuwsartikelen. Nieuwsmedia dragen immers een grote verantwoordelijkheid, aangezien ze in de machtspositie zijn om de publieke opinie te beïnvloeden. Zorgvuldigheid en nuance zijn daarom cruciaal in nieuwsartikelen: niet alleen bij het verkrijgen van informatie, maar ook bij het presenteren van deze informatie. Toch wordt in deze artikelen nog altijd stereotyperend of dehumaniserend taalgebruik gebezigd, wat negatieve gevolgen kan hebben voor met name gemarginaliseerde groepen – zoals vluchtelingen.

Introductie

In dit essay wordt daarom onderzocht hoe de beeldvorming over bepaalde groeperingen beïnvloed kan worden door het taalgebruik in nieuwsmedia discours. Binnen dit onderzoek zal daarbij vooral worden gekeken naar journalistieke artikelen – zowel uit de nationale als de internationale nieuwsvoorziening.

Ten eerste zal gekeken worden naar een nieuwsartikel uit Het Parool (Meershoek 2021) over de bestrijding van de Amerikaanse rivierkreeft. Hoewel dit onderwerp in eerste instantie weinig verband lijkt te hebben met een humanitaire crisis als de vluchtelingencrisis, zijn er interessante overeenkomsten te vinden in de schrijfstijl die terugkeert in beide onderwerpen. Vervolgens zal dit onderzoek verder ingaan op het gebruik van oorlogsretoriek in nieuwsartikelen en de politieke consequenties die hierbij komen kijken.  Ten slotte wordt stilgestaan bij de beeldvorming van vluchtelingen, en hoe de specifieke terminologie in artikelen over de vluchtelingencrisis kan leiden tot de verdere dehumanisering van deze gemarginaliseerde groep.  

Het essay is daarbij gestructureerd aan de hand van de volgende deelvragen:

  1. Hoe wordt de Amerikaanse rivierkreeft geportretteerd in nieuwsartikelen?
  2. Waarom keert het gebruik van oorlogsretoriek zo vaak terug in nieuwsartikelen?
  3. Wat zijn de nadelige effecten van oorlogsretoriek in nieuwsartikelen?
  4. Hoe worden vluchtelingen geportretteerd in nieuwsartikelen?

Omdat dit onderzoek betrekking heeft op de manier waarop de beeldvorming over vluchtelingen wordt beïnvloed door de nieuwsvoorziening, komen de artikelen uit de themaweken The Global Digital en Framing the Refugee aan bod. Het artikel van Manuel Castells (2007) was daarbij het meest relevant, omdat hij dieper ingaat op de eeuwenoude machtspositie van de media binnen het politieke landschap. Daarnaast haalt het artikel van Peter Gale (2004) een aantal interessante voorbeelden aan van de negatieve beeldvorming over vluchtelingen en het gebruik van oorlogsretoriek in de nieuwsmedia. Ten slotte komt Frank Furedi’s (2002) concept van de ‘angstcultuur’ kort aan bod, die een fundamenteel probleem in de Westerse samenleving met betrekking tot de vluchtelingencrisis schetst.

I. De bestrijding van de Amerikaanse rivierkreeft

De katalysator van dit onderzoek was een recent krantenartikel uit Het Parool (Meershoek 2021), waarin verslag werd gedaan van de rivierkreeftbestrijding in Amsterdam. De rode rivierkreeft, een ‘migrant’ uit Amerika die in 1985 voor het eerst werd gesignaleerd in Nederlandse wateren (NOS 2020, par. 4), veroorzaakt namelijk schade aan de oevers van sloten – en soms zelfs aan dijken en kades waardoor deze kunnen verzakken (NOS 2020, par. 6-7). Het schaaldier veroorzaakt zelfs zo veel schade dat deze sinds 2016 op de lijst van invasieve exoten staat, wat betekent ‘dat EU-lidstaten verplicht zijn maatregelen te nemen om te voorkomen dat er te veel dieren bij komen’ (NOS 2020, par. 3). Hoewel er veel meer te zeggen valt over de complexe aard van dit dier, richt dit onderzoek zich verder niet op de bestrijding zelf. In plaats daarvan wordt er enkel gekeken naar de schrijfstijl van het artikel in kwestie.

De bestrijding van de rivierkreeft wordt op een levendige en verhalende manier gepresenteerd. Hierbij maakt de auteur onder andere gebruik van oorlogsterminologie. Er wordt gesproken van een ‘opmars’ van de rivierkreeft, waarbij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit fungeert als een ‘hoofdkwartier’ van het menselijke verzet in deze voortdurende ‘strijd’ (Meershoek 2021, par. 5, 6, 1). Ook Martijn Schiphouwer, bedenker van de zogenoemde ‘kreeftenbox’ (Meershoek 2021, par. 2), gebruikt imperialistische beeldspraak in een reactie op de kreeftenbestrijding, wanneer hij stelt dat rivierkreeften ‘ongehinderd de ene na de andere sloot koloniseren’ (Meershoek 2021, par. 7).

Mede door deze oorlogsretoriek worden er twee duidelijke kampen geschetst: een kwaadaardige vijand die ten koste van alles moet worden bestreden, en het goedwillende verzet dat vecht voor de ‘vrijheid’ van haar volk. Verschillende personen en instanties komen daarbij aan het woord, die allemaal zo hun eigen oplossingen voor dit probleem hebben. Al in de openingszin van het artikel komen enkele onorthodoxe vangstmethoden aan bod: “De kreeftenkoker, de kreeftcrusher, de kreeftenpers: de gemiddelde Amerikaanse rivierkreeft zou behoorlijk nerveus worden van de meer dan honderd alternatieve vangstmethoden die het hoogheemraadschap van Delfland vorig jaar ontving na een oproep(Meershoek 2021, par. 1).

In een poging om strenge wetgeving te omzeilen, wordt er zelfs met een schuin oog gekeken naar natuurlijke vijanden van de kreeft. De reiger, de fuut en de paling zouden daarbij de kant van de mensheid hebben gekozen – zoals wordt gesuggereerd met de kop ‘Reiger, fuut en paling als bondgenoot in de strijd tegen de rivierkreeft’ die boven het artikel pronkt (Meershoek 2021). Wanneer uiteindelijk de problemen zijn gedefinieerd, de ‘bondgenoten’ en de vijand geïdentificeerd, en de oplossingen gesuggereerd, laat de auteur zijn lezers achter met één laatste call to action van Wilfred Reinhold van Platform Invasieve Exoten: “Natuurlijke vijanden kunnen best een bijdrage leveren, maar het echte werk zal toch door de mens moeten worden gedaan. Er zijn inmiddels gewoon veel te veel kreeften” (Meershoek 2021, par. 10).

II. Het gebruik van oorlogsretoriek in nieuwsmedia

Het gebruik van oorlogsmetaforen in nieuwsartikelen is natuurlijk geen nieuw fenomeen. Tijdens Tweede Kamerverkiezingen verschijnen er regelmatig krantenkopjes als ‘VVD verliest terrein in villadorpen, CDA heerst niet meer op het platteland’ (Winterman 2021) en ‘VVD grote winnaar, D66 rukt op naar tweede plaats’ (Nu 2021). Ook in berichtgeving over de coronapandemie duiken vergelijkbare titels op, zoals: ‘Italiaanse geestelijken sterven als soldaten aan het front’ (Kieckens 2020). Hierbij worden zorgmedewerkers geportretteerd als ‘helden’ die vechten voor onze ‘vrijheid’, en dient het vaccin als een allegorie voor die teruggewonnen vrijheid (Van der Hee 2020, par. 2).  

Maar waar komt de populariteit van oorlogsretoriek dan vandaan? Daar zijn verschillende redenen voor. Naast een amuserende functie stelt voormalig UvA-docent Peter Vasterman bijvoorbeeld dat dergelijke terminologie een ‘kader biedt om een crisis te begrijpen, met één gezamenlijke vijand’ (Van der Hee 2020, par. 4). Dit kan volgens Vasterman uiteindelijk zorgen voor ‘eenheid en saamhorigheid over de ernst van de situatie’ (Van der Hee 2020, par. 4). Toch kleven er ook nadelige gevolgen aan dergelijk taalgebruik.

III. De politieke consequenties van taalgebruik

Manuel Castells (2007, 238) van de University of Southern Californiastelt in zijn onderzoek dat politieke machtsverhoudingen grotendeels worden gevormd in het medialandschap. Dit omdat de normen en waarden binnen een samenleving worden geconstrueerd door de manier waarop mensen denken (Castells 2007, 238). Daarbij is de nieuwsvoorziening binnen een samenleving een belangrijke manier om een mening te kunnen vormen over (politieke) onderwerpen.

Ondanks het streven naar objectiviteit blijft de pers echter een subjectief medium. Zo bepalen auteurs natuurlijk de invalshoek van een onderwerp en wat lezers wel en niet te lezen krijgen, maar die subjectiviteit ligt ook in de minder opvallende aspecten – zoals dus de schrijfstijl. Zowel Vasterman (Van der Hee 2020) als Idzikowska (2020) en Duraku (2021) benadrukken de sturende rol die woordgebruik heeft in de manier waarop burgers over onderwerpen praten of denken.

Taalgebruik heeft dus politieke consequenties. In het geval van oorlogsretoriek waarschuwt Vasterman bijvoorbeeld voor nationalisme en zwart-witdenken dat in de kaart wordt gespeeld (Van der Hee 2020, par. 7). Daarnaast kan een verhaal al snel haar nuance verliezen door dergelijk taalgebruik. In het geval van de rivierkreeft wordt het makkelijk om te vergeten dat het dier niet daadwerkelijk een staatsvijand in een loopgravenoorlog is, maar een levend wezen wiens levensstijl toevallig conflicteert met die van de mens. En zo wordt er niet alleen bij de rivierkreeftproblematiek een negatieve beeldvorming gecreëerd – een dergelijk gebrek aan nuance keert ook terug bij nieuwsartikelen over vluchtelingen.

IV. De framing van de vluchtelingencrisis

Hoewel de wereldwijde vluchtelingencrisis natuurlijk een probleem van veel grotere schaal is dan de bestrijding van de rivierkreeft in Amsterdam, zijn enkele paralellen in de berichtgeving van beide onderwerpen duidelijk zichtbaar. Ook in nieuwsartikelen over vluchtelingen wordt regelmatig gebruik gemaakt van oorlogsretoriek. In een artikel uit The Australian getiteld ‘Nation prepares for war’ (Garran 2001), wordt het verdedigen van Australië en haar landsgrenzen bijvoorbeeld gelinkt aan de vluchtelingencrisis. Daarnaast laten artikelen met kopjes als ‘We’ll fight them at sea and on the beaches: the PM’s boatpeople plan’ (Garran 2001a) en ‘5000 new illegals heading this way’ (Saunders 2001) weinig aan de verbeelding over.

Zo wordt dus ook de vluchteling geportretteerd als een vijand of profiteur. De link met mensenhandelaren en drugsdealers wordt daarom al snel gelegd, zoals in het artikel ‘Our open-door borders’ uit The Weekend Australian (Dore, Harris, Whittaker 2001). Ook stelt Idzikowska (2020) dat vluchtelingen vaak als één groep worden gezien, waardoor hun anonimiteit alleen maar wordt versterkt. Dit leidt ertoe dat naar hun komst wordt gerefereerd als een onvermijdelijke en allesvernietigende ‘stroom’, zoals in het NOS-artikel: ‘Komt er een Afghaanse vluchtelingenstroom? Europese leiders komen nu al samen’ (2021). Volgens Idzikowska (2020, par. 6) wordt er met dehumaniserende termen als ‘stroom’, ‘massa’ of ‘plaag’ alleen maar meer afstand gecreëerd met vluchtelingen. Dit “maakt het gemakkelijker om onmenselijk migratiebeleid te voeren, aangezien het niet meer gaat om een mens van vlees en bloed maar om een label ‘vluchteling’” (Idzikowska 2020, par. 8). Net als in het artikel over de rivierkreeft wordt er dus met behulp van specifieke terminologie een artificiële vijand geconstrueerd.

De stereotyperende opvattingen over vluchtelingen worden echter steeds vaker ontkracht. In een opiniestuk van het UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, schrijft Maskoun (n.d., par. 3) bijvoorbeeld dat het niet de vluchtelingen zijn die een crisis veroorzaken, maar de media en politici die zich alleen richten op negatieve voorbeelden. Frank Furedi (2002) bouwt hierop voort en spreekt van een ‘angstcultuur’ met betrekking tot gezondheid, milieu, technologie en persoonlijke veiligheid die heerst in Westerse samenlevingen (Gale 2004, 323). Binnen het nieuwsmedia discours worden de culturen en waarden van vluchtelingen namelijk vaak gepresenteerd als ‘anders’ – en daarmee als een gevaar voor Westerse waarden, en zelfs voor de democratie (Gale 2004, 323). Nieuwsmedia dragen op die manier dus direct bij aan deze angstcultuur en de verdere uitsluiting van vluchtelingen.

IV. Conclusie

De bovenstaande artikelen over zowel de rivierkreeft als de vluchtelingencrisis tonen dus aan hoe taalgebruik in nieuwsmedia discours de beeldvorming over bepaalde groeperingen kan beïnvloeden. Het gebruik van oorlogsretoriek in nieuwsartikelen zorgt voor een amuserend stukje tekst, maar creëert – bewust of onbewust – een artificiële vijand, en spoort aan tot nationalisme en zwartwit-denken. De angstcultuur waar Furedi (2002) over spreekt maakt mensen uit Westerse samenlevingen vatbaar voor dit dreigende taalgebruik in nieuwsartikelen. Het is daarom problematisch dat journalisten de complexe vluchtelingencrisis presenteren in een makkelijk behapbaar, maar ongenuanceerd oorlogskader, waardoor polarisatie binnen samenlevingen alleen maar verder toeneemt.

Hoewel dit essay heeft gepoogd een probleem in het taalgebruik van nieuwsartikelen aan te kaarten, zijn mogelijke oplossingen verder niet behandeld. Van der Hee (2020) schrijft in haar artikel over alternatieve metaforen, zoals kleur-, natuur- en sportmetaforen. Het nader analyseren van dergelijke oplossingen zou tot een interessant vervolgonderzoek kunnen leiden. Daarnaast kan het interessant zijn om Furedi’s concept van de Westerse angstcultuur verder door te ontwikkelen en te zoeken naar mogelijke oplossingen voor dit structurele probleem.

Bibliografie

Castells, Manuel. 2007.  “Communication, Power and Counter-power in the Network Society.” International Journal of Communication 1: 238-266

Dore, C., T. Harris and M. Whittaker. 2001. “Our open-door borders’. The Weekend Australian, n.d.

Duraku, Kosovaarse. “‘Ik was geen migrant, ik was een vluchteling.’” OneWorld. September 10, 2021. https://www.oneworld.nl/lezen/opinie/ik-was-geen-migrant-ik-was-een-vluchteling/.

Furedi, F. 2002. Culture of Fear: Risk-taking and the Morality of Low Expectation. London and New York: Continuum.

Gale, Peter. 2004. “The Refugee Crisis and Fear: Populist politics and Media Discourse.” Journal of Sociology  40(4): 321–340

Garran,  R.  2001a. “Nation  Prepares  for  War”.  The  Australian, n.d.

Garran, R. 2001b. “We’ll fight them at sea and on the beaches: the PM’s boatpeople plan”. The Australian, n.d.

Hee, Sterre van der. “Waarom we zo graag oorlogsretoriek gebruiken als het over corona gaat.” Folia. May 13, 2020. https://www.folia.nl/wetenschap/137982/waarom-we-zo-graag-oorlogsretoriek-gebruiken-als-het-over-corona-gaat.

Idzikowska, Ula. “Mensen zijn geen stromen.” OneWorld. March 4, 2020. https://www.oneworld.nl/lezen/politiek/migratie/mensen-zijn-geen-stromen/.

Kieckens, Ewout. “Italiaanse geestelijken sterven als soldaten aan het front.” RD.nl. April 15, 2020. https://www.rd.nl/artikel/847488-italiaanse-geestelijken-sterven-als-soldaten-aan-het-front.

Maskoun, Shahm. “Refugees Are Not the Crisis. It’s the Narratives We Tell about Them.” UNHCR Innovation (blog). November 6, 2017. https://www.unhcr.org/innovation/refugees-are-not-the-crisis-its-the-narratives-we-tell-about-them/.

Meershoek, Patrick. “Reiger, fuut en paling als bondgenoot in de strijd tegen de rivierkreeft.” Het Parool. October 4, 2021. https://www.parool.nl/gs-b1a7785e.

NOS. “Amerikaanse rivierkreeft veroorzaakt overlast in Nederland door te laat ingrijpen.” October 22, 2020. https://nos.nl/l/2353343.

NOS. “Komt er een Afghaanse vluchtelingenstroom? Europese leiders komen nu al samen.” August 31, 2021. https://nos.nl/l/2395964.

Nu. “VVD grote winnaar, D66 rukt op naar tweede plaats.” March 18, 2021. https://www.nu.nl/verkiezingsnieuws/6122549/vvd-grote-winnaar-d66-rukt-op-naar-tweede-plaats.html.

Saunders, K. 2001. “5000 new illegals heading this way”. The Australian, n.d.

Winterman, Peter. “VVD verliest terrein in villadorpen, CDA heerst niet meer op het platteland.” AD.nl. March 18, 2021. https://www.ad.nl/politiek/vvd-verliest-terrein-in-villadorpen-cda-heerst-niet-meer-op-het-platteland~af46f8d2/.

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑