RoboCop (1987) – Filmrecensie

Terminator. Blade Runner. Aliens. Back to the Future. Het leek even alsof de science fiction-films in de jaren ’80 aan de torenhoge bonenstaak van Sjakie groeiden. De populariteit van deze gigantische pop-culture films was ongekend in de 20e eeuw, en zelfs in onze huidige tijd is de invloed nog altijd zichtbaar aanwezig op filmconventies en message boards, om over de continue stroom van remakes, vervolgdelen en reboots op deze klassiekers nog maar te zwijgen. Eén film in het bijzonder zal ook het chauvinistische hart van veel Nederlanders sneller doen laten kloppen. De satirische actiefilm RoboCop, geregisseerd door de welbekende Paul Verhoeven, groeide namelijk uit tot een ware culthit, en gold als de internationale doorbraak voor de meest succesvolle Nederlandse regisseur aller tijden. Verhoeven’s eigenzinnige regiestijl komt duidelijk bovendrijven in de film, wat een belangrijke factor is geweest in het succes van RoboCop. En een belangrijke reden dat de film anno 2021 nog steeds een genot is om te aanschouwen.

Satire houdt (een beetje te) goed stand

De satirische toon van de film wordt direct gezet in een bizarre nieuwsuitzending, waarin onder andere verslag wordt gedaan van de Amerikaanse president, die een persconferentie in de ruimte geeft op het zogenoemde ‘Star Wars-vredesplatform’. Al snel wordt de uitzending abrupt onderbroken door een commercial voor fiscaal aftrekbare harttransplantaties, waarbij de chirurg ons met een onheilspellende glimlach op het hart drukt dat hij het beste met u voor heeft. Ten slotte komt in de uitzending naar boven dat het complete politiekorps van de vervallen stad Detroit gerund wordt door het commerciële techbedrijf OmniCorp. In een reactie op de tientallen vermoorde politieagenten, waar OmniCorp medeverantwoordelijk voor wordt gehouden, stelt de afdelingschef van het bedrijf – die natuurlijk ‘Dick’ Jones heet – dat de resterende agenten maar ander werk moeten zoeken als ze niet met de stress om kunnen gaan.

In deze nieuwsuitzendingen en commercials – die vaker terugkeren in de film – laat Paul Verhoeven niks heel van het Amerikaanse neoliberalisme, waarin staatsbedrijven in de handen van grote bedrijven zijn gevallen en het systeem van marktwerking de gehele samenleving domineert. Deze onderliggende kritiek vertaalt zich ook naar RoboCop’s dystopische weergave van de stad Detroit, waar de misdaad inmiddels ontembaar is geworden en de stad volledig is overgeleverd aan de onbetrouwbare technologieën en hebzuchtige plannen van een corrupt techbedrijf. Daarnaast heeft OmniCorp ook een stevige vinger in de pap bij andere cruciale staatsbedrijven, zoals de ruimtevaart, de ziekenhuizen en zelfs het leger.

De satire in de film is nog steeds ijzersterk en van tijd tot tijd is RoboCop ook echt een grappige film, met verfrissende en scherpe humor. Wat de film in onze huidige tijd alleen tegenwerkt, is het feit dat het neoliberalisme in onze wereld al dusdanig ver is doorgevoerd dat satire en realiteit in de film soms bijna niet meer te onderscheiden zijn van elkaar. Private gevangenissen waren natuurlijk vóór de release van de film in 1987 al een fenomeen in Amerika, maar dit beleid is ook na de eeuwwisseling alleen maar verder genormaliseerd en inmiddels zijn er zelfs al andere landen in de wereld met dit systeem aan de haal gegaan. Daarnaast schreef SpaceX, het commerciële ruimtetransportbedrijf van multimiljardair Elon Musk, recentelijk al geschiedenis door als eerste private bedrijf mensen de ruimte in te sturen, en sinds enige tijd zijn er zelfs ziekenhuizen in ons eigen kikkerlandje in handen gevallen van private organisaties, waarbij een aantal van deze ziekenhuizen zelfs al failliet zijn verklaard.  

Het is natuurlijk niet echt een kritiek op de film, en misschien zelfs een compliment naar de glazen bol van regisseur Paul Verhoeven, maar het is natuurlijk even schrikken als je je beseft dat het dystopische toekomstbeeld dat geschetst wordt in de film toch niet meer zó toekomstig is.  

Robocop: nog altijd een icoon

OmniCorp’s nieuwste speeltje, de geautomatiseerde politieagent RoboCop, dient uiteindelijk als de belichaming en het eindproduct van dit extreme neoliberalisme. Met dit project overschrijdt de techgigant wederom alle ethische grenzen, door het lichaam en brein van de recentelijk vermoorde agent Alex Murphy (Peter Weller) zonder toestemming te verenigen met geavanceerde technologie en een nieuw mechanisch lichaam. Los van de ethiek blijkt het project een succes. Met RoboCop beschikt OmniCorp nu over een superieure agent die 24/7 beschikbaar is en zich enkel bezighoudt met de misdaad in de stad. De burgers van Detroit sluiten de gedisciplineerde cyborg al snel in hun hart. En niet alleen de burgers van Detroit.

RoboCop is namelijk de absolute smaakmaker van de film en wordt tegenwoordig nog altijd gezien als een belangrijk gezicht van het sci-fi tijdperk van de jaren ‘80. Een status die hij, gezien de stevige kritiek op RoboCop 2 en 3, voornamelijk door deze eerste film heeft verworven. Een van de belangrijkste redenen van zijn voortdurende populariteit is natuurlijk zijn iconische verschijning. Het RoboCop-pak, waar acteur Peter Weller zich waarschijnlijk met veel moeite in heeft moeten proppen, ziet er op het eerste – en misschien zelfs tweede en derde – gezicht vooral lomp en onpraktisch uit. De omgekeerde saladeschaal op zijn hoofd en de metalen bikini aan zijn forse bovenlijf zullen tegenwoordig weinig gezag uitstralen, maar tegelijkertijd heeft het pak in de film een bijzonder aanstekelijke aantrekkingskracht. Het past perfect bij de ruwe, lompe toon van de film en het tijdperk waarin deze film is uitgebracht.

Daarnaast zet Peter Weller een uitstekende acteerprestatie op de mat en injecteert hij enorm veel persoonlijkheid in het personage. Zijn vervormde stem balanceert net op dat juiste randje van mens en machine, waardoor zijn gortdroge en klinische oneliners (‘Dead or alive, you’re coming with me!’) perfect tot hun recht komen. Zelfs in de manier waarop RoboCop zich voortbeweegt is zo veel aandacht en detail gestopt. Van zijn hoekige loopje en de mechanische geluidjes die hierbij worden geproduceerd tot de wijze waarop hij zijn semiautomatische pistool richt: het zorgt voor een memorabele performance die waarschijnlijk alleen Peter Weller zo effectief kon brengen.

Popcornvermaak

Tegelijkertijd was Paul Verhoeven zich maar al te bewust van alle absurditeiten. Laat duidelijk zijn dat RoboCop een verschrikkelijk domme film is. In de kern is het vooral actie-georiënteerd popcornvermaak. En hoewel de popcorn voor veel mensen ongetwijfeld goed zal smaken bij deze film, zal RoboCop absoluut niet de geschiedenisboeken ingaan als de crème de la crème van twintigste-eeuwse filmcultuur. Echter, de film kent haar eigen krachten en tekortkomingen als geen ander, en die zelfkennis is zonder twijfel de belangrijkste factor in het gigantische succes dat Verhoeven heeft geboekt met RoboCop. De film durft het aan om gevoelige thema’s te behandelen en controversieel te zijn in haar satire, maar vergeet tegelijkertijd niet om alle bizarre personages en gebeurtenissen met een flinke korrel zout te nemen. Het eindproduct voelt daarom enorm consistent en geïnspireerd aan. De film vervalt geen moment in afgezaagde, Hollywood-achtige drama scènes of geforceerde happy endings waarin RoboCop’s hormonen opspelen en hij zijn mechanische tong – als een lepel in een soeppan – door de mond van de vrouwelijke agente roert.   

Verhoeven’s unieke stijl staat op veel vlakken zelfs mijlenver af van de klassieke Hollywood tradities. Zo zullen veel kijkers ongetwijfeld afhaken bij het overmatige geweld en de groteske bloedbaden die zowel de criminelen als de agenten aanrichten, of misschien zelfs bij het gebrek aan een typische good guy om je aan vast te klampen. Toch geeft het ook een hoop charme aan de film; RoboCop is 33 jaar na dato nog altijd een unieke verschijning binnen het actie-genre, dat tegenwoordig vooral gedomineerd lijkt te worden door generieke, zielloze CGI-producties als The Fast and the Furious en de Transformers-films.

Script fluctueert in kwaliteit

Toch is er zeker nog genoeg ruimte voor verbetering. Het script functioneert binnen Verhoeven’s visie grotendeels prima, maar de vele zijpersonages in de film waren voor mij niet allemaal even treffend. Zo komt een belangrijk personage als Anne Lewis – een collega en vriendin van Alex – sympathiek genoeg over en wordt ze gelukkig, in tegenstelling tot een hoop andere vrouwen uit die tijd, niet gereduceerd tot een zwijgzaam lustobject, maar toch ontbreekt er wat diepgang in haar personage. Haar eigen leven wordt bijvoorbeeld volledig buiten beschouwing gelaten en haar extreme loyaliteit naar Alex wordt door de gebrekkige interactie tussen de twee niet helemaal gerechtvaardigd in het verhaal.  

Daarnaast zijn de vijanden waar zowel Alex als Anne het tegen op nemen een beetje hit-and-miss. Het personage van Kurtwood Smith blijkt bijvoorbeeld een verrassend meeslepende en overtuigende bendeleider te zijn, die in zijn beste scènes bizarre gelijkenissen vertoont met Jack Nicholson en zijn vele ongure typetjes. Ook Ronny Cox levert met zijn personage Dick Jones een goede bijdrage aan de film als het typische doorgedraaide bestuursorgaan. Over de rest van de personages valt echter maar weinig te zeggen. De meeste bendeleden lijken rechtstreeks uit New Kids on the Block te zijn geplukt en hebben afgezien van de extreem sadistische en irritante trekjes maar weinig persoonlijkheid. Natuurlijk hoeft niet elk willekeurig bendelid een uitgebreid levensverhaal te hebben in een relatief korte film als deze, maar het was toch fijn geweest als deze personages iets dieper uitgewerkt waren.

Actiescènes weten te overtuigen

Echter zorgt de hoge kwantiteit aan bendeleden wel voor een aantal hilarische en ontzettend pakkende actiescènes. De film stijgt ver boven zichzelf uit wanneer de bombastische muziek door de speakers begint te loeien en RoboCop – omringd door golven aan explosies – met zijn maffe pak en zijn gekke loopje de ene na de andere sukkel omverschiet. Deze scènes zijn, in tegenstelling tot de afgrijselijke computer-gegenereerde animaties van de film, nog steeds een lust voor het oog, mede dankzij het uitstekende camerawerk en de levendige effecten die worden gebruikt op de set.

Kortom

Hoewel RoboCop overduidelijk een twintigste-eeuws brandmerk op zijn mechanische lijf draagt, lijkt de iconische cyborg ook in onze huidige tijd nog lang niet versleten. De scherpe satire houdt nog steeds stand en de dystopische, spraakmakende wereld van de film wordt door Paul Verhoeven’s kenmerkende visie echt tot leven gebracht. Hoewel in de uitvoering soms net dat beetje finesse ontbreekt en de personages in het verhaal nogal fluctueren in kwaliteit, kijkt RoboCop nog steeds heerlijk weg en brengen de memorabele performance van Peter Weller en zijn knotsgekke verschijning deze film naar grote hoogtes. Ik kan de film daarom aanbevelen aan elke pop-culture nerd met een hart voor lompe sci-fi films, en aan de mensen die al druk op zoek zijn naar inspiratie voor een Halloween kostuum.

Waardering: 4 uit 5.

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑